Info

Op pestinfo.nl wordt informatie over bestrijdingsmiddelen in Nederland gepresenteerd. De gepresenteerde informatie is samengesteld uit opendata van twee nederlandse overheidsinstanties:

Een eerdere versie van pestinfo.nl is gepubliceerd tbv een inzending voor de challenge Hacking for sustainability waar het de eerste prijs heeft gekregen. Deze nieuwe versie is ondermeer qua performance sterk verbeterd. Geleidelijkaan zullen er meer informatiebronnen rond bestrijdingsmiddelen (toelating, cbs, …) worden toegevoegd.

Vriendelijke groeten,

Waterbug

Toetsmethode

Op pestinfo.nl heeft de gebruiker de keuze tussen twee toetsmethoden, de KRW toetsmethode en de BMA toetsmethode. De juiste toetsmethode is volgens Pestinfo de KRW methode (zie tab bovenaan deze pagina). Door Rijkswaterstaat is echter kritiek geuit op de door pestinfo gebruikte toetsmethode en wordt geadviseerd de door CML in de bestrijdingsmiddelenatlas (BMA) beschreven toetsmethode (bron) te gebruiken.

Bestrijdingsmiddelen in oppervlaktewater

Toetsmethode conform KRW

Pestinfo, 23 April 2018

Inhoud

  1. Inleiding
  2. Is de KRW leidend bij het maken van rapporten over waterkwaliteit?
  3. Hoe moeten conform KRW waterkwaliteitsmetingen worden getoetst?
  4. Opmerkingen bij gebruik van de KRW-methode

1. Inleiding

Pestinfo gebruikt meetgegevens die door waterbeheerders zijn verzameld. Het betreft metingen die door laboratoria zijn gedaan door op meer tijdstippen (wekelijks, maandelijks, twee-maandelijks,..) in het jaar monsters te nemen in watergangen en deze in het lab te analyseren op de aanwezigheid van stoffen. Eén individuele meting op één locatie geeft weinig informatie en daarom worden meerdere metingen op één locatie in één kalenderjaar meestal geaggregeerd, bv door een gemiddelde te bepalen. Dit wordt de toetswaarde genoemd. Toetswaarden worden vergeleken met normen en dit leidt tot het toetsoordeel ‘voldoet’ of ‘voldoet niet’. De technieken die nodig zijn om waterkwaliteitsmetingen goed en betrouwbaar te kunnen toetsen en beoordelen wordt door deskundigen in europees verband besproken, afgestemd en vastgelegd in juridische en technische documenten (ref 1, ref 2, ref 3), die allemaal onderdeel vormen van één grote europese kaderwet, de Kaderrichtlijn Water (KRW, ref 4, ref 5, ref 6).

2. Is de KRW leidend bij het maken van rapporten over waterkwaliteit?

Voor een rapportage over metingen naar bestrijdingsmiddelen in oppervlaktewater zijn (ondermeer) nodig:

  1. waterkwaliteitsnormen
  2. een rekenmethode om een gemiddelde te bepalen uit een meetreeks waarin (ook) metingen met een rapportagegrens voorkomen.

Waterkwaliteitsnormen worden tegenwoordig alleen nog maar afgeleid tbv KRW en worden dan ook vaak “KRW-normen” genoemd:

  1. Chronische blootstelling: AA-EQS / JG-MKE
  2. Acute blootstelling: MAC-EQS / MAC-MKE

Deze KRW-normen worden afgeleid door deskundige instituten zoals het RIVM. Het RIVM legt op haar website uit hoe ze deze normen afleid (ref 11) en legt uit dat ze daarbij zwaar gebruik maakt van guidance document 27 (ref 3), die een onderdeel vormt van de KRW.

Ook als waterkwaliteitsonderzoek wordt uitgevoerd voor een ander doel of beleid dan KRW, dan kunnen voor de rapportage KRW-normen worden gebruikt. Het staat de rapporteur in principe vrij om zijn eigen rekenmethode te gebruiken om gemiddelden te bepalen uit meetreeksen met rapportagegrenzen. Maar is het logisch en zinvol ? De normen zijn immers afgeleid binnen KRW en er bestaat een heel circus aan deskundige instituten die samen bedenken hoe normen moeten worden afgeleid, hoe onderzoeken moeten worden uitgevoerd en rapportages moeten worden opgesteld. Je moet als individuele onderzoeker van goede huize komen om deze deskundige adviezen naast je neer te leggen en toch je eigen methode te kiezen. Bovendien bereik je met het hanteren van een eigen methode dat je eigen rapportage niet (goed) meer vergeleken kan worden met andere rapportages die over dezelfde metingen worden uitgevoerd.

3. Hoe moet conform KRW waterkwaliteitsmetingen worden getoetst?

In artikel 8, lid 3 van de KRW (ref 4) wordt bepaald dat technische specificaties en gestandaardiseerde methoden voor analyse en monitoring nader worden vastgesteld. Dit artikel wordt uitgewerkt in de zogenaamde QA/QC-richtlijn (ref 5). Deze richtlijn wordt in toetsen en beoordelen (2014, ref 6) als volgt samen gevat: “De kwaliteit van toegepaste analysemethoden wordt gegarandeerd door het bewaken van prestatiekenmerken van de toegepaste methoden, de validatie en documentatie van de analysemethode, en methoden voor kwaliteitsborging en - beheersing van laboratoria.”. In de QA/QC-richtlijn wordt ondermeer vastgelegd:

  • definities van de termen aantoonbaarheidsgrens en bepalingsgrens (art 2)
  • analysemethoden moeten volgens bepaalde standaarden (iso 17025) worden uitgevoerd en gerapporteerd (art. 3).
  • prestatiekenmerken mbt betrouwbaarheid van bepalingsgrens en meetonzekerheid (art 4)
  • berekening van gemiddelde waarden (art 5).

De methode om gemiddelde waarden te berekenen is zo simpel en eenduidig dat ik hem hier letterlijk citeer:

1. Wanneer de waarde van de fysisch-chemische of chemische te meten grootheden in een bepaald monster onder de bepalingsgrens ligt, wordt voor de berekening van de gemiddelde waarde het meetresultaat vastgesteld op de helft van de waarde van de betrokken bepalingsgrens.

2. Wanneer een berekende gemiddelde waarde van de in lid 1 bedoelde meetresultaten onder de bepalingsgrens ligt, wordt deze waarde betiteld als „lager dan de bepalingsgrens”

Fig 1: De KRW-methode geschematiseerd

De KRW-methode wordt schematisch weergegeven in figuur 1. Deze methode wordt in allerlei achtergronddocumenten (bv ref 2, ref 7) herhaald of in (iets) andere woorden verduidelijkt en aangevuld. Zo wordt in toetsen en beoordelen (2014, ref 7) een nadere definitie van het begrip ‘bepalingsgrens’ opgenomen:

Met bepalingsgrens wordt bedoeld de gemiddelde bepalingsgrens. De gemiddelde bepalingsgrens is het rekenkundig gemiddelde van de bepalingsgrens van alle meetwaarden onder de bepalingsgrens die zijn meegenomen in de berekening van het jaargemiddelde/de toetswaarde

Deze definitie sluit goed aan bij de praktijk van bestrijdingsmiddelenonderzoek waarbij metingen met verschillende bepalingsgrenzen voorkomen en het laboratorium niet duidelijk maakt wat nu de werkelijke bepalingsgrens van de gebruikte analysemethode is.

Als met genoemde methode (KRW-methode) een toetswaarde wordt verkregen kan deze eenvoudig met de bijbehorende norm (JG-MKN / AA-EQS) worden vergeleken en levert uiteindelijk een toetsoordeel ‘voldoet’, ‘voldoet niet’ of ‘niet toetsbaar’ op. Voor toetsoordelen ‘voldoet niet’ kan ook nog het aantal keren dat de norm wordt overschreden (>1x norm of >5x norm) worden berekend.

4. Opmerkingen bij gebruik van de KRW-methode

Er is weinig of niets bekend over de betrouwbaarheid van de metingen

De QA/QC richtlijn (ref 4) vereist van uitvoerende labororiums een strikt gebruik van technieken en standaarden. Het is helaas niet na te gaan of en hoe betrouwbaar de metingen in de metingendatabase (ref 8) zijn, daarvoor ontbreken noodzakelijke gegevens zoals vereist door de QA/QC-richtlijn. Zo wordt er door de meeste waterlabs gewerkt met de term ‘rapportagegrens’ ipv de door QA/QC-richtlijn vereistte en gedefinieerde term ‘bepalingsgrens’. Het is niet duidelijk wat er precies met ‘rapportagegrens’ wordt bedoeld. In de bestrijdingsmiddelenatals (ref 9) wordt rapportagegrens gelijk aan detectielimiet gedefinieerd. Omdat de detectielimiet een factor 3 onder de bepalingsgrens ligt zou daarmee de KRW-methode in de huidige vorm niet juist zijn, maar kan wel eenvoudig worden omgevormd. De meeste literatuur is het niet eens met de bestrijdingsmiddelenatlas en definieert de term rapportagegrens als een waarde die gelijk aan of (bij norm>rapgrens) hoger dan de bepalingsgrens ligt (bv ref 10). Verder heb ik medewerkers van twee waterschapslaboratoria bevraagd waarbij beiden niet in deze discussie betrokken wilden worden en om geheimhouding vroegen. Beide laboratoria gaven elk een verschillend antwoord. Het ene laboratorium stelt de rapportagegrens grosso modo gelijk aan de detectiegrens (LOD). Het andere laboratorium stelt de rapportagegrens grosso modo gelijk aan de bepalingsgrens(LOQ) en trekt de informatie die het andere laboratorium verstrekt in twijfel. Omdat er weinig bekend is over de betrouwbaarheid van de metingen kan er ook weinig gezegd worden over de betrouwbaarheid van de gebruikte toetsmethode.

Referenties

1. 2003, EU, Guidance Document no 7, Monitoring. (Bron)

2. 2009, EU, Guidance Document no 19, Guidance on surface water chemical monitoring, (Bron)

3. 2011, EU, Guidance Document no 27, Technical Guidance For Deriving Environmental Quality Standards (Bron)

4. 2000, EU, Kaderrichtlijn Water, 2000/60/EC (Bron)

5. 2009, EU, QA/QC-richtlijn, 2009/90/EC (Bron)

6. 2013, EU, Prioritaire stoffen richtlijn, 2013/39/EC (Bron)

7. 2014, Rijkswaterstaat, Richtlijn KRW Monitoring Oppervlaktewater en Protocol Toetsen & Beoordelen (Bron)

8. Informatiehuis Water, Waterkwaliteitsmetingen Chemie (Bron)

9. CML, Bestrijdingsmiddelenatlas (Bron)

10. 2014, Rikilt, Adamse P.,Trendanalyse van historische gegevens, handleiding voor het gebruik van monitoringsgegevens (Bron)

11. 2015, Rivm, Guidance for the derivation of environmental risk limits, part 3. derivation of ERLs for freshwater and marine water (Bron)

Over

Pestinfo is gemaakt door Waterbug.

Waterbug is werkzaam bij een waterschap, maar onderhoudt pestinfo op persoonlijke titel. Omdat ik hecht aan mijn privacy werk ik onder het pseudoniem waterbug. Maar ik ben altijd aanspreekbaar op mijn werkzaamheden en uitingen en zal mij indien nodig, gewenst en zinvol onder mij normale identiteit aan je voorstellen.

Contactinfo

Op de hieronder genoemde web-site is meer informatie te vinden en ook een contactformulier beschikbaar.

Waterbug

Twitter: @h20_bug

Web-site: creepywaterbug.wordpress.com